De koning van Frankrijk was de opperste leenheer, of zoals toen vermeld, de suzerein van Vlaanderen.
Op het einde van de 13de eeuw escaleerde een conflict tussen de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre (ca. 1226-1305) en zijn leenheer Filips IV de Schone (1268-1314), koning van Frankrijk. De volksopstand in Brugge onder leiding van de wever Pieter de Coninck leidde tot de Brugse Metten (18 mei 1302), toen een 120-tal Leliaards vermoord werden.
Een open veldslag was nu onvermijdelijk en vond plaats op de Groeningekouter in Kortrijk. De Leliaards werden verslagen.De Guldensporenslag verhinderde een definitieve aanhechting van het graafschap Vlaanderen bij de Franse kroon.
