Het toenmalige Vlaanderen, wat vandaag in grote lijnen Oost, West en Frans Vlaanderen omvat, lag in het centrum van Europa.
Het lag ingeklemd tussen Frankrijk, het Duitse Rijk dat zich uitstrekte tot aan de Schelde en ook Brabant omvatte, en de Noordzee. De Graaf van Vlaanderen was leenheer van de Franse koning en had een sleutelpositie als handelsdoorvoer tussen Frankrijk en Het Duitse Rijk.
Vlaanderen was en is een land van steden. Brugge was de grootste haven van Noord-Europa waar heel de wereld samen kwam om handel te drijven. Gent was de grootste stad en samen met Ieper, Rijsel en Dowaai waren ze de andere vier grote steden van het graafschap, naast nog vele andere kleinere steden. Niemand kon Vlaanderen regeren tegen de wil van de steden in. Zij dwongen van de Graaf van Vlaanderen steeds meer voorrechten en vrijheden af.

patriciers voor de stadspoort