De Gentse opstand

In 1379 brak de Gentse opstand uit tegen deze Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, maar ook tegen de zusterstad Brugge. De reden dient gezocht te worden in het feit dat het domein van de familie van Male gelegen was op 3 km van Brugge in wat vandaag Sint-Kruis wordt genoemd.

De Gentenaars waren helemaal niet opgezet met de Franstalige graaf want deze had aan de Bruggelingen de toelating gegeven om een kanaal te graven om zo een verbinding te maken met de Leie in Deinze. Hierdoor omzeilde hij mogelijke invloeden van de Gentenaars die een sleutelpositie bezaten.

De Gentse kaproenen (de stoottroepen van de wevers van Gent en het hoofddeksel in het familiewapen van de familie van Artevelde als symbool opgenomen) hebben de werken in Hansbeke dan ook in 1379 volledig vernietigd.

De Gentse opstand was dus duidelijk tegen de graaf van Vlaanderen maar ook tegen de Franse koning Karel IV gericht.

Beperkt te vermelden is dat toen op dat ogenblik Jan van Gent een korte tijd voogd van Engeland is geweest in vervanging van zijn seniele vader Edward III.

Het is dan ook vanzelfsprekend dat de wevers opnieuw veel goeds verwachtten van hun Engelse relatie voornamelijk voor het leveren van wol, reden waarom zij zich aansloten met afbeeldingen en vaandels bij de Engelse kroon. Zoals de geschiedenis later aantoonde was dit echter een misrekening.

 

nunc risus. consectetur Sed venenatis, Praesent justo dapibus dictum massa