|
Aan de dagorde staat:
1o) Studie over de H. Dymphna, door Dr. Van Doninck. Voorgesteld wordt den schrijver te verzoeken zijn stuk liever te plaatsen in een tijdschrift waar het beter op zijn plaats zou zijn en meer bijval zou genieten.
2o) Over Klauwaerts en Leliaerts. – Lezing door Mr. L. Willems. De tegenwoordige beteekenis van Klauwaert gaat terug tot den Leeuw van Vlaanderen van Conscience: het woord is zooveel als Vlaamschgezinde en staat tegenover Leliaert, dat gelijk staat met Franskiljon. In de middeleeuwen echter was dat niet zoo. De term Klauwaart is niet bekend als partijnaam in den strijd van de Vlamingen tegen Philips den Schoone. Eerst in de chronijk gezegd van Jan van Diksmude wordt de naam aangetroffen voor den tijd van Lodewijk van Male, als benaming der Gentenaars, met de verklaring dat ze als teeken op de mouw van hun kleed de afbeelding van drie klauwen droegen, terwijl de Bruggelingen de lelie als herkenningsteeken hadden. Dit wordt bevestigd door het Memorieboek der stad Gent, in eene aanteekening op het jaar 1380, die hetzelfde zegt, en, ten slotte, afdoende bewezen door de Rekeningen van Gent. Hier is er in de jaren 1336-1339 meermaals sprake van ‘frocken metten clauwen’. De klauwen zijn natuurlijk leeuwenklauwen, maar de leeuw is die van het Gentsche wapen, niet die van Vlaanderen. Klauwaart beteekent dus eigenlijk Gentenaar zonder meer. – Aangaande Leliaart merkt spreker op dat ilie en Liliaert met i de oudste vormen zijn die lang uitsluitend in gebruik zijn gebleven |
|||||||
|
. Na eene levendige bespreking waaraan verschillende leden deelnemen, bedankt de Voorzitter Mr. L. Willems en stelt voor zijne bijdrage op te nemen in de Verslagen en Mededeelingen.
Memorieboek der stad Gent noteert hetvolgende.
|